'...Als eerder vermeld lag de reden van mijn aanwezigheid op het EKWC niet zozeer in een persoonlijke noodzaak om iets met klei te doen, maar meer in de behoefte om erbij te horen, om mee te tellen. Dat gold vooral in 2000, bij mijn eerste residence periode.
In 2007 had ik echter de smaak van het kleien te pakken.
De inmiddels collega-kunstenaar geworden Harry Boom had jaren eerder in het EKWC een serie kleiportretten gemaakt van hem min of meer dierbare personen. Ik begreep die beelden in wezen niet zo goed maar ik bewonderde deze creatieve actie zeer.
Dat wilde ik ook wel doen en ik ben argeloos aan de slag gegaan. Het resultaat is een aantal wonderlijk snel en losjes samengestelde beelden. Driftige beelden, zou ik ze nu noemen. Niks geen kneden of bedachtzaam vormen, maar stukken klei afscheuren en ze zo hoppa op elkaar stapelen, gooien. Op de nog ongebakken klei meteen glazuur aanbrengen, iets groenigs zou het gaan worden. Niet nadenken, gewoon doen. En dan de oven in.
Ik weet niet of het wel portretten zijn geworden. Ik heb ze destijds in het EKWC stuk voor stuk getekend: links, voor, rechts, achter. Het maakte de beelden echter niet tot karakters, niet echt levend.
De 19 groene beeldjes (er zit één rode bij) zijn tenslotte beland op mijn Nijmeegse dakterras, waar ze als De Plantenbak een nogal treurig bestaan hebben geleid en door de nieuwe bewoners met een "Dit is niet je sterkste werk, hè." tenslotte eerloos werden afgevoerd...'
Terug naar archief