naar huis
In 2021 voerde Bart Drost de performance 'Ode aan Pina Bausch en de Jongen van de Touwtjestrekkraam' uit bij Hubert in Nijmegen. Het onderliggende verhaal 'naar huis' werd als boekje aan deze performance toegevoegd.
uitgegeven in 2021
zwart/wit digiprint
tekst Nederlands
8 pagina's
5,00 euro
_______________
Naar huis
Na lang wachten
- dan eindelijk -
is het zover.
Hij komt!
Een bonte stoet vrachtwagens rijdt de stad binnen.
De auto's beschilderd met fantastische taferelen
in schaamteloos vloekende kleuren.
Ze brengen mooie beloftes van spektakel en plezier.
Verzamelen rond het grote marktplein en dan
langzaam maar gestaag het uitpakken.
Stoere kerels in de weer met plankieren en balken.
Hoog de palen in en touwen spannen
van links naar rechts.
Niet ver daar vandaan woont het Jongetje.
In een rustige straat waar zelden auto's rijden.
Nog geen vijf minuten lopen van huis naar markt.
Voor hem - hij is tenslotte al negen! ?
een fluitje van een cent.
Het Jongetje kijkt elk jaar weer uit naar
het opbouwen van de kermis.
Hij bewondert het gespierde gesjouw en
het voortdurend heenen weer geren.
Hij geniet mateloos van het goddeloos gefoeter
en de daverende lach die schalt over het plein.
Maar het meest van alles toch
verheugt hij zich op het weerzien.
Hoe verduveld snel het allemaal weer gaat:
plotsklaps staat alles op zijn vertrouwde plek.
De rups,het grote reuzenrad,
de draaimolens en de botsautootjes.
De snoepkraam goed gevuld met kaneelstokken,
rode wijnballen en zachte nogablokken.
En vergeet de vers gedraaide suikerspin niet.
Knalroze als die is.
Overal zijn lange linten met lichtjes opgehangen,
uitbundige versieringen aangebracht,
de geluidsinstallaties nog eens getest.
De molens draaien hun laatste proefrondje.
Laat de klanten nu maar komen!
Nog een extra ronde!
Drie ballen voor een kwartje!
Kinderen altijd prijs!
Ons Jongetje kent de weg op de kermis
als zijn eigen broekzak.
Hij weet waar alle kramen staan en
weet heel goed waar naar toe.
Maar hij gaat niet recht op zijn doel af.
Liever neemt hij een omweg.
Niet nu meteen al bij hem aankomen.
Nog even niet.
En daar - kijk!- daar staat de kraam
waar schatten voor het grijpen liggen:
een mondharmonica, de set met pijl en boog,
het plastic waterpistool.
En natuurlijk is er ook zijn lievelings:
het grappige aapje, gemaakt van veren en bont.
Maar dat mag nooit mee naar huis want
'er zitten vast en zeker vlooien in!'.
Een grote hand houdt hem de bos met touwen voor.
Eén keer trekken en de buit is binnen.
Je weet altijd wat je hebben wilt.
Je weet nooit wat je krijgen zult.
De grote hand is van een vader en
er is ook een moeder in de kraam.
Vooraan links in de hoek
- ja, daar staat hij! - de zoon.
Tien jaar inmiddels, misschien al elf,
en nog steeds wonderschoon.
Net als afgelopen jaar wordt ons Jongetje
zomaar vanzelf warm en week van binnen.
Hij wendt hij zijn ogen af, al wil hij dat niet.
Zijn neus vult zich met de vreemd bekende geur
van broeierige zweetlucht vermengd met
die van stof en mottenballen.
En onmiddellijk is er ook nu weer
die niet uit te spreken wens:
Ik wil met de kermis mee!
Mee met de jongen van de touwtjestrekkraam.
Samen de wijde wereld in.
In de verte klinkt de roep van vader.
Het Jongetje draait zich resoluut om
en loopt terug naar huis.
Weg van de jongen, zijn vriend.
Vol van verlangen en voor altijd mateloos verliefd.
Nijmegen
september 2021
